meneer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: meneer (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland) /məˈnɪːr/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg) /məˈneːr/
Woordafbreking
- me·neer
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | meneer | meneren |
| verkleinwoord | meneertje | meneertjes |
Zelfstandig naamwoord
meneer
- een formele manier om een man aan te spreken.
- Dag, meneer de Vries!
- een nette man.
- Je bent een hele meneer in dat pak!
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen
[1] een formele manier om een man aan te spreken
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
in te delen