medium

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·di·um
Woordherkomst en -opbouw

uit het Latijn medium: 'het midden, wat algemeen is'. De betekenis 'tussenstof of middel om iets over te brengen' bestaat in het Engels en Frans al sedert de 16e eeuw en is nog steeds gangbaar in de natuurkunde en communicatietheorie

1 enkelvoud meervoud
naamwoord medium media
verkleinwoord - -
2 enkelvoud meervoud
naamwoord medium mediums
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

medium o

  1. (informatica) een fysieke drager van informatie
    Het programma paste nog maar net op het gekozen medium.
    zonder medium kan men geen informatie (boodschap) overbrengen van een zender naar een ontvanger.
  2. een overdrager van informatie uit andere dimensies, iemand met paranormale vermogens
    Het medium kon niet vertellen hoe het met onze overleden opa was.
  3. (natuurkunde) tussenstof, ether
    Een golf is een verstoring die propageert. Buiten elektromagnetische straling, die zich zonder meer kan voortplanten in de driedimensionale ruimte, hebben andere golven hiervoor een medium nodig
  4. (scheikunde) oplosmiddel
  5. (communicatie) massacommunicatiemiddel
    In deze context denkt men bij het woord medium aan b.v. krant, tijdschrift, televisie, radio, internet
  6. middel om iets voor elkaar te krijgen, hulpmiddel, middel, remedie
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen medium
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

Niet in de woordenlijst van de Taalunie
medium

  1. (voeding) (kookkunst) tussen zoet en droog in
    ik hou alleen van medium sherry
  2. (voeding) (kookkunst) middelgroot
  3. (voeding) (kookkunst) tussen doorbakken en rauw in, half doorbakken
    kunt u mijn biefstuk s.v.p. medium bereiden?
Vertalingen



Meer informatie