med

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • med

Voorzetsel

med

  1. met
    «Hans familie bor sammen med ham, fordi der er et stort gennembrud.»
    Zijn familie woont bij hem, omdat er een grote doorbraak is.


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • med
Woordherkomst en -opbouw
  • (Bijwoord, voorzetsel) afkomstig van het Oudnoorse woord með.
  • (Voegwoord) afkomstig van het Oudnoorse woord meðan (van med det at).
  • (Zelfstandig naamwoord) afkomstig van het Oudnoorse woorden mið, dit van miðr.
Naar frequentie 12

Bijwoord

med

  1. erbij, mee
Uitdrukkingen en gezegden
  • det er jeg met på
conform zijn

Voegwoord

med

  1. terwijl, tijdens

Voorzetsel

med

  1. met (samen met)
    «Å gå tur med en hund er en fritidsyssel og en nødvendighet (for hunden).»
    Lopen met de hond is een vrijetijdsactiviteit en een noodzaak (voor de hond).
  2. met, door (modus)
    «Men de aller fleste tar det med fatning – de vet jo at dette er ulovlig.»
    Maar de meeste dragen het met kalmte - ze weten dat dit illegaal is.
  3. met (toe te schrijven)
    «Han er en mann med ideer.»
    Hij is een man met ideeën.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: biff met løk
rundvlees met uien
  • [2]: gjøre noe med glede
iets met plezier doen
  • [2]: med andre ord (m.a.o.)
met andere woorden (m.a.w.)

Zelfstandig naamwoord

med o

  1. één van de twee oogpunten in het landschap met zichtsverbinding.
  2. een snijpunt van twee zichtlijnen.
    «Båten ligger i medet.»
    Het boot is in de dnijpunt gelegen.
  3. zichtlijn
  4. een hengelplaats in het snijpunt van twee zichtlijnen.
  5. doel
Verbuiging
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [5]: uten mål og med
zonder doel en opzet


Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: méd

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • med
Woordherkomst en -opbouw
  • (Bijwoord, voorzetsel) afkomstig van het Oudnoorse woord með.
  • (Voegwoord) afkomstig van het Oudnoorse woord meðan (van med det at).

Bijwoord

med

  1. erbij, mee
Uitdrukkingen en gezegden
  • det er eg met på
conform zijn
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord meðan (van med det at).

Voegwoord

med

  1. terwijl, tijdens
    «Met graset gror, døyr kua.»
    Terwijl het gras groeit, sterft de koe.
    Eer het gras wast, is de hengst dood.
    Terwijl het gras groeit, sterven de paarden van honger.
Schrijfwijzen

Voorzetsel

med

  1. met (samen met)
    «Vis du har ein hund så gå tur med den kvar dag.»
    Als je een hond hebt, loop je elke dag met hem.
  2. met, door (modus)
    «I medisinske ord skal den greske bokstaven theta (θ) gjevast att med - t - i norske ordformer, også i samansetjingar og avleiingar.»
    In medische termen zal voortaan de Griekse letter theta (θ) in Noorse woordvormen met een 't' weergegeven worden, ook in samenstellingen en afleidingen.
  3. met (toe te schrijven)
    «Han er ein mann med idear.»
    Hij is een man met ideeën.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: biff met lauk
rundvlees met uien
  • [2]: gjere noe med sorg
iets met zorg doen


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • med

Voorzetsel

med

  1. met
    «Han kom med oss»
    Hij ging met ons mee.
Antoniemen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen