martelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mar·te·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
martelen
martelde
gemarteld
zwak -d volledig

Werkwoord

martelen

  1. (overgankelijk) een gevangene onderwerpen aan lichamelijke en/of geestelijke pijniging, voornamelijk teneinde informatie los te krijgen
    Ondanks dat de gevangenen werden gemarteld lieten ze niets los.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen