martelaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mar·te·laar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord martelaar martelaars, martelaren
verkleinwoord martelaartje martelaartjes

Zelfstandig naamwoord

martelaar m [1]

  1. iemand die voor een goede zaak lijdt of sterft en daarmee tot symbool wordt gezien van de strijd voor die zaak, iemand die gemarteld wordt of is
    De martelaar pleegde zelfmoord voor zijn geloof.
  2. iemand die anderen martelt
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal