martelaar
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mar·te·laar
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | martelaar | martelaars, martelaren |
| verkleinwoord | martelaartje | martelaartjes |
Zelfstandig naamwoord
martelaar m
- iemand die voor een goede zaak lijdt of sterft en daarmee tot symbool wordt gezien van de strijd voor die zaak.
- De martelaar pleegde zelfmoord voor zijn geloof.
Vertalingen
1. iemand die voor een goede zaak lijdt of sterft en daarmee tot symbool wordt gezien van de strijd voor die zaak