margriet
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mar·griet
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | margriet | margrieten |
| verkleinwoord | margrietje | margrietjes |
Zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) Leucanthemum, een plantenfamilie waarvan de samengestelde bloem bestaat uit een geel hart en witte bloembladeren
- Hij kocht een bos margrieten voor zijn vriendin.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.