malen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Oorspronkelijk een klasse 6 werkwoord met onvoltooid verleden tijd moel.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
malen
maalde
gemalen
gemengd volledig

Werkwoord

malen

  1. (overgankelijk) tussen twee harde voorwerpen fijnwrijven
    Ik heb verse koffie gemalen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

malen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord maal
    Een aantal malen keek hij om.


Middelnederlands

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd voltooid
deelwoord
enkelvoud meervoud
malen moel moelen gemalen
klasse 6 volledig  

Werkwoord

malen

  1. (koren) fijnmalen
    Sijn broot was gerstijn [...], dat darsch hi ende moel ook mede.