maker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·ker
Woordherkomst en -opbouw
  • Van de stam van maken met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord maker makers
verkleinwoord makertje makertjes

Zelfstandig naamwoord

maker m

  1. iemand die iets maakt of gemaakt heeft
    De maker van deze site.
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen