majoor
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ma·joor
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | majoor | majoors |
| verkleinwoord | majoortje | majoortjes |
Zelfstandig naamwoord
majoor m
- (militair) een rang van hoofdofficier in een aantal overdelen van de strijdkrachten
- Hij werd bij de majoor op het matje geroepen.