majoor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·joor
enkelvoud meervoud
naamwoord majoor majoors
verkleinwoord majoortje majoortjes

Zelfstandig naamwoord

majoor m

  1. (militair) een rang van hoofdofficier in een aantal overdelen van de strijdkrachten
    Hij werd bij de majoor op het matje geroepen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen