maillot
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mail·lot
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van het Franse maille (maas).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | maillot | maillots |
| verkleinwoord | maillotje | maillotjes |
Zelfstandig naamwoord
- (kleding) een elastisch kledingstuk dat bestaat uit een broekje met lange kousen eraan
- Zij draagt bijna altijd een maillot.
Vertalingen
1. een elastisch kledingstuk dat bestaat uit een broekje met lange kousen eraan
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.