mailen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈmelə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈmelə(n)/
Woordafbreking
- mai·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| mailen |
mailde |
gemaild |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
mailen
- (overgankelijk) per elektronische post verzenden
- Hij heeft mij gisteren de vakantiefoto's gemaild.