machtig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: machtig (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈmɑχtəχ/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈmɑxtəx/
- (Limburg): /ˈmɑxtɪx/
Woordafbreking
- mach·tig
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | machtig | machtiger | machtigst |
| verbogen | machtige | machtigere | machtigste |
Bijvoeglijk naamwoord
machtig
- meer invloed hebbend dan anderen
- In zijn tijd was Rome heel machtig.
- zeer goed vullen
- De groentetaart van gisteravond was mij eigenlijk te machtig.
- heel mooi, heel leuk en indrukwekkend
- Dat is echt een machtige achtbaan!
Vertalingen
1. meer invloed hebben dan anderen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| machtigen |
machtig