machtig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mach·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van macht met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen machtig machtiger machtigst
verbogen machtige machtigere machtigste

Bijvoeglijk naamwoord

machtig

  1. meer invloed hebbend dan anderen
    In zijn tijd was Rome heel machtig.
  2. zeer goed vullen
    De groentetaart van gisteravond was mij eigenlijk te machtig.
  3. heel mooi, heel leuk en indrukwekkend
    Dat is echt een machtige achtbaan!
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
machtigen

machtig

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van machtigen
    Ik machtig.
  2. gebiedende wijs van machtigen
    Machtig!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van machtigen
    Machtig je?