machteloos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mach·te·loos
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van macht met het achtervoegsel -loos met het invoegsel -e-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen machteloos machtelozer machteloost
verbogen machteloze machtelozere machtelooste

Bijvoeglijk naamwoord

machteloos

  1. niet in staat iets aan de zaak te veranderen
    Hij klemde van machteloze woede zijn kaken op elkaar.