maagdelijkheid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- maag·de·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
- Afleiding van maagdelijk met het achtervoegsel -heid.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | maagdelijkheid | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
maagdelijkheid v
- het nog geen geslachtsverkeer gehad hebben
- Ze bezat haar maagdelijkheid nog.