maagdelijkheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maag·de·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord maagdelijkheid -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

maagdelijkheid v

  1. het nog geen geslachtsverkeer gehad hebben
    Ze bezat haar maagdelijkheid nog.
Vertalingen