lul
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Lettergrepen
- lul
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | lul | lullen |
| verkleinwoord | lulletje | lulletjes |
Zelfstandig naamwoord
lul m
- (informeel) het geslachtsdeel van de man, de penis.
- (scheldwoord) een scheldwoord voor een man.
- v Arch. (1811) [1]: een klein driehoekig zeil dat voor op kleine schepen gezet wordt, kuiffok
- Ik koos de lul voor 't zeil - Huygens
- v Arch. (1811) [1]: een houten pijp aan een pomp waaruit het water loopt
- De lul zit los
Synoniemen
- 1. fluit, het mannelijk lid, jongeheer, leuter, lid, mannelijkheid, penis, piel, piemel, pik, plasser, potlood
- 2. pik
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.

