luier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lui·er
enkelvoud meervoud
naamwoord luier luiers
verkleinwoord luiertje luiertjes

Zelfstandig naamwoord

luier v/m

  1. vocht absorberend kledingstuk dat wordt gedragen door een incontinente persoon, inz. door een baby
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

luier

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van lui

Werkwoord

vervoeging van
luieren

luier

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van luieren
    Ik luier.
  2. gebiedende wijs van luieren
    Luier!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van luieren
    Luier je?

Meer informatie