lokaas

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lok·aas
enkelvoud meervoud
naamwoord lokaas lokazen
verkleinwoord lokaasje lokaasjes

Zelfstandig naamwoord

lokaas o

  1. een stukje vlees of vis bedoeld om een dier mee te kunnen vangen.
    Zeepieren worden door vissers vaak als lokaas gebruikt.
Persoonlijke instellingen