lok

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • lok
enkelvoud meervoud
naamwoord lok lokken
verkleinwoord lokje lokjes

Zelfstandig naamwoord

lok v/m

  1. haarlok, pluk haar.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
lokken

lok

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lokken
    Ik lok.
  2. gebiedende wijs van lokken
    Lok!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lokken
    Lok je?
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/lok"
Persoonlijke instellingen