lock

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Zelfstandig naamwoord

  1. lock - slot o ; mechanisme waarmee in combinatie met een sleutel een deur of een raam kan worden afgesloten.

Werkwoord

vervoeging
onbepaalde wijs to lock
he/she/it locks
verleden tijd locked
voltooid
deelwoord
locked
onvoltooid
deelwoord
locking
gebiedende wijs lock
to lock
  1. sluiten, op slot doen, afsluiten
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen