lo

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: -lo,

Engels

Tussenwerpsel

lo

  1. (dichterlijk) zie, kijk
    «Lo! Do I see the dawn breaking at the horizon?»
    Zie! Is dat niet de ochtend die gloort aan de kim?
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Engels

aaabadaeagahaialamanarasatawaxaybabebibobydadedidoedefehelemeneresetexfafigigohahehihmhoidifinisitjokakilalilomamemimmmomumynanenonuodoeofohoiomonoporosowoxoypapepiqireshsisotatitouhumunupusutwewoxixuyayeyoza


Noors

Woordafbreking
  • lo

Werkwoord

lo

  1. verleden tijd van le


Spaans

Lidwoord

lo o enk

  1. het

Persoonlijk voornaamwoord

lo

  1. hem, u, het (als lijdend voorwerp)


Vietnamees

Werkwoord

lo

  1. zorgen maken


Xhosa

persoon vnw. ondw. voorw. kl. vnw. ondw. voorw. kl.
eerste mna ndi- -ndi- thina si- -si-
tweede wena u- -ku- nian ni- -ni-
derde lo u- -m- 1 aba ba- -ba- 2
lo u- -wu- 3 le i- -yi- 4
eli li- -li- 5 la a- -wa- 6
esi si- -si- 7 ezi zi- -zi- 8
le i- -yi- 9 ezi zi- -zi- 10
olu lu- -lu- 11
obu bu- -bu- 14
oku ku- -ku- 15

Persoonlijk voornaamwoord

lo 1

  1. hij, zij
    «Ngutitshalakazi lo
    Zij is lerares.

lo 3

  1. hij, zij, het
    «Ngumnenga lo»
    Het is een walvis.