linker
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- lin·ker
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | linker |
| verbogen | - |
Bijvoeglijk naamwoord
linker
- aan die zijde van het lichaam waar gewoonlijk het hart zit
- Waar is de linker handschoen gebleven?
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. aan die zijde van het lichaam waar gewoonlijk het hart zit
Bijvoeglijk naamwoord
linker
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van link