linker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lin·ker
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van links met het achtervoegsel -er
stellend
onverbogen linker
verbogen -

Bijvoeglijk naamwoord

linker [1]

  1. aan die zijde van het lichaam waar gewoonlijk het hart zit
    Waar is de linker handschoen gebleven?
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord linker linkers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

Niet in de woordenlijst van de Taalunie (als zelfstandig naamwoord)
linker [3]

  1. (informatica) link-editor (programma om diverse sourcecodes te 'linken')
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

linker

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van link


Meer informatie

Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandse taal