linker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lin·ker
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van links met het achtervoegsel -er
stellend
onverbogen linker
verbogen -

Bijvoeglijk naamwoord

linker [1]

  1. aan die zijde van het lichaam waar gewoonlijk het hart zit
    Waar is de linker handschoen gebleven?
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


enkelvoud meervoud
naamwoord linker linkers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

Niet in de woordenlijst van de Taalunie (als zelfstandig naamwoord)
linker [2]

  1. (informatica) link-editor
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

linker

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van link


Meer informatie

Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. Woordenboek der Nederlandse taal