linken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- lin·ken
Woordherkomst en -opbouw
- van het Engelse werkwoord to link (verbinden) [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| linken |
linkte |
gelinkt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
linken (overgankelijk)
- verbinden
- (informatica) webpagina´s d.m.v. hyperlinks met elkaar verbinden
- (informatica) alle programmamodules integreren na compilatie (gebeurt door de link-editor ook wel linker genoemd)
- sluipen, loeren, bedriegen
Hyponiemen
- [2] dieplinken, doorlinken
Afgeleide begrippen
- [3] link-editor, linker, linker/loader
- [4] linkerd
Zelfstandig naamwoord
linken mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord link
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.