lijster
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- lijs·ter
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | lijster | lijsters |
| verkleinwoord | lijstertje | lijstertjes |
Zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) een zangvogel van de familie Turdidae.
- Toen ze in haar tuin een boek zat te lezen, hoorde ze enkele lijsters.
Vertalingen
1. een zangvogel van de familie Turdidae
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.