lijm

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • lijm
enkelvoud meervoud
naamwoord lijm lijmen
verkleinwoord lijmpje lijmpjes

Zelfstandig naamwoord

lijm m

  1. tussenstof die twee of meer delen permanent aan elkaar bevestigt
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
lijmen

lijm

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lijmen
    Ik lijm.
  2. gebiedende wijs van lijmen
    Lijm!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lijmen
    Lijm je?

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen