lijm
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- lijm
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | lijm | lijmen |
| verkleinwoord | lijmpje | lijmpjes |
Zelfstandig naamwoord
lijm m
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. tussenstof die twee of meer delen permanent aan elkaar bevestigt
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| lijmen |
lijm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lijmen
- Ik lijm.
- gebiedende wijs van lijmen
- Lijm!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lijmen
- Lijm je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.