lijfwacht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lijf·wacht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lijfwacht lijfwachten
verkleinwoord lijfwachtje lijfwachtjes

Zelfstandig naamwoord

lijfwacht m

  1. de wacht die met de bewaking van een vorst of aanzienlijk persoon belast is
    Na de bedreiging eiste de politicus van de regering een lijfwacht.
  2. een lid van een lijfwacht
    Na een uitgebreide sollicitatieprocedure kon de man zich eindelijk lijfwacht van de koning noemen.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen