lijf
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- lijf
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | lijf | lijven |
| verkleinwoord | lijfje | lijfjes |
Zelfstandig naamwoord
lijf o
- lichaam.
- Hij verzorgde zijn lijf goed.
Synoniemen
- [1] lichaam
Uitdrukkingen en gezegden
- te lijf gaan
- aanvallen