ligplaats
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- lig·plaats
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ligplaats | ligplaatsen |
| verkleinwoord | ligplaatsje | ligplaatsjes |
Zelfstandig naamwoord
ligplaats
- een plaats waar iemand of iets ligt
- Daar bevindt zich de openbare ligplaats.
- een plaats waar een boot kan liggen
- Ik kon nog net een goede ligplaats voor mijn boot in de jachthaven krijgen.
Vertalingen
1. een plaats waar iemand of iets ligt