lidmaatschap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lid·maat·schap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lidmaatschap -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lidmaatschap o

  1. de status van iemand als lid van een organisatie
    Het lidmaatschap van deze vereniging is beperkt tot moedertaalsprekers van het Cherokee.
Vertalingen