lichaamsbouw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • li·chaams·bouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lichaamsbouw -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

lichaamsbouw m

  1. de specifieke anatomie van iemands lichaam
    Zijn hele lichaamsbouw is zwaar en gedrongen te noemen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen