lever uit
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- le·ver uit
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| uitleveren |
lever uit
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitleveren
- Ik lever uit.
- gebiedende wijs van uitleveren
- Lever uit!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitleveren
- Lever je uit?