levensduur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·vens·duur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord levensduur -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

levensduur m

  1. de tijd dat iets of iemand in leven is of functioneert
    De levensduur daarvan kan best verlengd worden.

Meer informatie