levende
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- le·ven·de
Bijvoeglijk naamwoord
levende
- verbogen vorm van de stellende trap van levend
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | levende | levenden |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
levende m
- iemand die in leven is
- Hij was nog onder de levenden.