lessen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- les·sen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| lessen |
leste |
gelest |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
lessen
- (overgankelijk) met vocht de dorst beëindigen
- De regen leste eindelijk de dorst van het wanhopige wild.
- (inergatief) les nemen
- In welke auto heb jij gelest?
Zelfstandig naamwoord
lessen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord les