legateren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- le·ga·te·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| legateren |
legateerde |
gelegateerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
legateren
- nalaten, bij testament toewijzen
- Hij legateerde zijn spullen aan de familie.