leeftijd

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leef·tijd

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord leeftijd leeftijden
verkleinwoord leeftijdje leeftijdjes

leeftijd m

  1. de tijd dat iemand leeft of geleefd heeft, het totaal aantal levensjaren.
    Wat is uw leeftijd? Ik ben vijftig jaar oud.
  2. een bepaald tijdstip in iemands leven.
    Die man daar is van middelbare leeftijd.
Persoonlijke instellingen