leefkamer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leef·ka·mer
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de werkwoordstam van leven en kamer
enkelvoud meervoud
naamwoord leefkamer leefkamers
verkleinwoord leefkamertje leefkamertjes

Zelfstandig naamwoord

leefkamer v/m

  1. (bouwkunde) een kamer ingericht om in te wonen en leven
    De leefkamer was op het noorden gelegen.
Synoniemen