leefkamer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- leef·ka·mer
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | leefkamer | leefkamers |
| verkleinwoord | leefkamertje | leefkamertjes |
Zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) een kamer ingericht om in te wonen en leven
- De leefkamer was op het noorden gelegen.