lede
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- le·de
Woordherkomst en -opbouw
Afgeleide begrippen
Verwijzingen
Deens
Woordafbreking
- le·de
Bijvoeglijk naamwoord
- bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van led
lede, mv
- onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van led
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- le·de
Woordherkomst en -opbouw
- (werkwoord) Afkomstig van het Oudnoorse woord leiða.
- (zelfstandig naamwoord) Afkomstig uit het Deens en van het Oudnoorse woord leiða, dat de vrouwelijke vorm van leiðr is.
Werkwoord
| stamtijd | |||
|---|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
tegenwoordige tijd |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| lede |
leder |
ledet leda |
ledet leda |
| Klasse 1 zwak | |||
lede
- (overgankelijk) (een hond) leiden, (een paard) geleiden (beheersen, beheren)
- «Han leder hunden i bånd.»
- Hij leidt de hond aan de lijn.
- «Han leder hunden i bånd.»
- (overgankelijk) leiden (een bepaalde richting geven)
- «Hun leda samtalen inn på et nytt emne.»
- Ze leidde het gesprek naar een nieuw onderwerp.
- «Dere leda kloakken ut i sjøen.»
- Zij leidden het rioolwater eruit naar het meer.
- «Hun leda samtalen inn på et nytt emne.»
- (overgankelijk) geleiden (doorlaten)
- «Vann leder elektrisitet.»
- Water geleidt elektriciteit.
- «Vann leder elektrisitet.»
- (overgankelijk) leiden (leidinggeven)
- «Hun leder en bedrift.»
- Ze leidt een bedrijf.
- «Hun leder en bedrift.»
- (onovergankelijk) leiden (vooropgaan of bovenaan staan, een voorsprong hebben, aan kop lopen)
- «Ajax leder i Premier League i fotball.»
- Ajax leidt in de eredivisie van het voetbal.
- «Ajax leder i Premier League i fotball.»
Synoniemen
- [1-2] føre
Afgeleide begrippen
Zelfstandig naamwoord
lede m
- een diep gevoel van onlust aan het leven
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | lede | leden | ||
| genitief | ledes | ledens | ||
Afgeleide begrippen
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- le·de
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord leiða.
Werkwoord
| stamtijd | |||
|---|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
tegenwoordige tijd |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| lede |
ledar |
leda |
leda |
| Klasse 1 zwak | |||
lede
- (overgankelijk) (een hond) leiden, (een paard) geleiden (beheersen, beheren)
- (overgankelijk) leiden (een bepaalde richting geven)
- (overgankelijk) geleiden (doorlaten)
- (overgankelijk) leiden (leidinggeven)
- (onovergankelijk) leiden (vooropgaan of bovenaan staan, een voorsprong hebben, aan kop lopen)
Schrijfwijzen
Synoniemen
- [1-2] føre
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Verouderd in het Nederlands
- Woorden in het Deens
- Bijvoeglijk-naamwoordsvorm in het Deens
- Woorden in het Noors
- Werkwoord in het Noors
- Zwak werkwoord klasse 1 in het Noors
- Overgankelijk werkwoord in het Noors
- Onovergankelijk werkwoord in het Noors
- Zelfstandig naamwoord in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Werkwoord in het Nynorsk
- Zwak werkwoord klasse 1 in het Nynorsk
- Overgankelijk werkwoord in het Nynorsk
- Onovergankelijk werkwoord in het Nynorsk