lebmaag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leb·maag
enkelvoud meervoud
naamwoord lebmaag lebmagen
verkleinwoord lebmaagje lebmaagjes

Zelfstandig naamwoord

lebmaag v/m

  1. (anatomie) de vierde maag van een herkauwer, zoals een rund
    Stremsel wordt gewonnen uit de lebmaag van een kalf.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie