laveren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- la·ve·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| laveren |
laveerde |
gelaveerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
laveren
- (inergatief) (scheepvaart) bij tegenwind zigzagswijze opzeilen
- Het laatste stuk moest er gelaveerd worden.
- (ergatief) (scheepvaart) zigzagswijze ergens heenzeilen
- Ze waren met veel moeite door de nauwe straat gelaveerd.