laveren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·ve·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
laveren
laveerde
gelaveerd
zwak -d volledig

Werkwoord

laveren

  1. (inergatief) (scheepvaart) bij tegenwind zigzagswijze opzeilen
    Het laatste stuk moest er gelaveerd worden.
  2. (ergatief) (scheepvaart) zigzagswijze ergens heenzeilen
    Ze waren met veel moeite door de nauwe straat gelaveerd.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen