lappen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lap·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
lappen
lapte
gelapt
zwak -t volledig

Werkwoord

lappen

  1. (overgankelijk): een of meer lappen in of op iets zetten
  2. (overgankelijk): knoeierig naaien
  3. (overgankelijk): klaarspelen

Zelfstandig naamwoord

lappen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord lap