langlauf
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- lang·lauf
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| langlaufen |
langlauf
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van langlaufen
- Ik langlauf.
- gebiedende wijs van langlaufen
- Langlauf!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van langlaufen
- Langlauf je?