landsby
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Deens
Uitspraak
Woordafbreking
- lands·by
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | landsby | landsbyen | landsbyer | landsbyerne |
| genitief | landsbys | landsbyens | landsbyers | landsbyernes |
Zelfstandig naamwoord
landsby g
- (sociologie) dorp
- «Omtrent hver anden landsby fik en kirke, og hermed smeltede oldtidens adskilte bopladser og gravpladser sammen til middelalderens kirkelandsbyer.»
- Bijna elke tweede dorp kreeg een kerk, en dus smeltten de gesegregeerde woonplaatsen en begraafplaatsen uit de oudheid samen tot middeleeuwse kerkdorpen.
- «Omtrent hver anden landsby fik en kirke, og hermed smeltede oldtidens adskilte bopladser og gravpladser sammen til middelalderens kirkelandsbyer.»
- (uit één dorp) de dorpbewoners, de dorpbewoonsters, de dorpelingen, het hele dorp
- «En dag samledes hele landsbyen på stranden ved det nye skib.»
- Op een dag verzamelde zich het hele dorp op het strand bij het nieuwe schip.
- «En dag samledes hele landsbyen på stranden ved det nye skib.»
Antoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
|
|
Verwante begrippen
- (spreektaal) stad
Typische woordcombinaties
- [1]: lille landsby
een klein dorp
- [1]: hele landsbyen
het hele dorp
Uitdrukkingen en gezegden
- [1]: den globale landsby
de hele wereld als een vernet dorp (letterlijk: het globale dorp)