landelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lan·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van land met het achtervoegsel -lijk.
stellend
onverbogen landelijk
verbogen landelijke

Bijvoeglijk naamwoord

landelijk

  1. met betrekking tot of geldend voor het hele land
    De gemeentelijke verkiezingen worden overschaduwd door de landelijke politiek.
    De landelijke museumdag trok veel bezoekers.
  2. met betrekking tot minder bevolkte, niet-stedelijke gebieden
    Het aantal inwoners in een landelijke omgeving neemt gestaag af.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen