lag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lag

Werkwoord

vervoeging van
liggen

lag

  1. enkelvoud verleden tijd van liggen
    Ik lag.
    Jij lag.
    Hij, zij, het lag.
Gelijkklinkende woorden


Afrikaans

stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
lag
gelag
volledig

Werkwoord

lag

  1. lachen
    «Ek het baie gelag
    Ik heb erg gelachen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen