kwijlen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwij·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kwijlen
kwijlde
gekwijld
zwak -d volledig

Werkwoord

kwijlen

  1. een vloed van speeksel dat uit de mond loopt
    De hond kwijlde bij het zien van het voedsel.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen