kwast

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[2] Kwasten.

Nederlands

1,2,3,4 enkelvoud meervoud
naamwoord kwast kwasten
verkleinwoord kwastje kwastjes
Uitspraak
Woordafbreking
  • kwast
5 enkelvoud meervoud
naamwoord kwast
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kwast m

  1. een borstelachtige versiering
    De rand van het gordijn was afgezet met kwastjes.
  2. (schilderkunst) steel met borstel
    De schilder maakte zijn kwasten schoon voordat hij ze opborg.
  3. een vreemd persoon
    Wat een rare kwast is hij toch!
  4. een onregelmatigheid in de nerf van een stuk hout ontstaan door het insluiten van een zijtak in het hout van de stam
    Deze kwast maakt dit dure stuk buxus onbruikbaar voor het vervaardigen van een muziekinstrument.
  5. zelfgemaakte limonade van uitgeperste citroen, water en suiker naar smaak
    Op deze bloedhete dag was het heerlijk eens kwast te drinken.
Vertalingen