kwast
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
| 1,2,3,4 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | kwast | kwasten |
| verkleinwoord | kwastje | kwastjes |
Uitspraak
Woordafbreking
- kwast
| 5 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | kwast | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
kwast m
- een borstelachtige versiering
- De rand van het gordijn was afgezet met kwastjes.
- steel met borstel
- De schilder maakte zijn kwasten schoon voordat hij ze opborg.
- een vreemd persoon
- Wat een rare kwast is hij toch!
- een onregelmatigheid in de nerf van een stuk hout ontstaan door het insluiten van een zijtak in het hout van de stam
- Deze kwast maakt dit dure stuk buxus onbruikbaar voor het vervaardigen van een muziekinstrument.
- zelfgemaakte limonade van uitgeperste citroen, water en suiker naar smaak
- Op deze bloedhete dag was het heerlijk eens kwast te drinken.
Vertalingen
2. Schilderswerktuig