kus
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kus
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kus | kussen |
| verkleinwoord | kusje | kusjes |
Zelfstandig naamwoord
kus m
- het de lippen ergens tegenaandrukken om affectie uit te drukken
- Zij gaf haar baby een kus op het voorhoofd.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. het de lippen ergens tegenaandrukken om affectie uit te drukken
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| kussen |
kus
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kussen
- Ik kus.
- gebiedende wijs van kussen
- Kus!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kussen
- Kus je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.