kuiper

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kui·per
enkelvoud meervoud
naamwoord kuiper kuipers
verkleinwoord kuipertje kuipertjes

Zelfstandig naamwoord

kuiper m

  1. een vaten- of tonnenmaker
    Mijn neef is kuiper.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen