kuch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kuch

Werkwoord

vervoeging van
kuchen

kuch

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kuchen
    Ik kuch.
  2. gebiedende wijs van kuchen
    Kuch!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kuchen
    Kuch je?

Niet in de woordenlijst van de Taalunie (als zelfstandig naamwoord)

enkelvoud meervoud
naamwoord kuch kuchen
verkleinwoord kuchje kuchjes

Zelfstandig naamwoord

kuch v / m

  1. soldatenkost, oud brood
    Lou Bandy zong van rats, kuch en bonen.
  2. hoestje

Meer informatie