kruising

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krui·sing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kruising kruisingen
verkleinwoord kruisinkje kruisinkjes

Zelfstandig naamwoord

kruising v

  1. (verkeer) een punt waar twee of meer wegen samenkomen
    Op die kruising gebeuren veel ongelukken.
  2. (sport) de snijpaal van een doelpaal met de lat
    Hij schoot de bal precies in de kruising.
  3. een soort bevruchting bij planten en dieren van exemplaren van een soort of ras door exemplaren van een ander ras
    Door middel van kruising hebben we dit nieuwe soort kunnen maken.
  4. een door biologische kruising ontstane soort
    Dankzij biologische kruising is het nieuwe soort een feit!
  5. een persoon of zaak die bepaalde eigenschappen van twee andere personen of zaken in zich verenigt
    Dat kind was een kruising tussen zijn moeder en zijn vader.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie